Pensioenen in 2015

Omdat we met zijn allen steeds ouder worden heeft de regering besloten om maatregelen te treffen zodat onze (financiële) oudedagsvoorziening betaalbaar blijft.

In de zogenaamde eerste pijler van ons systeem (de AOW) is dit gedaan door de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar te brengen in plaats van 65 jaar. Dit gaat in fases maar er wordt al serieus gedacht om dit nog sneller te gaan bereiken als nu al het geval is.

Nu zijn de zogenaamde tweede en derde pijler van ons pensioenstelsel aan de beurt. De tweede pijler is de pensioenopbouw via de werkgever en de derde pijler zijn de individuele regelingen waaronder de lijfrentes en de Fiscale Oudedags Reserve vallen.

Wat gaat er veranderen. Op zich niet heel veel maar we met behoorlijk wat (fiscale) impact.

In de eerste plaats gaan de opbouwpercentages omlaag. Dat houdt in dat in dezelfde tijd een lager pensioen kan worden opgebouwd. Dit gaat gelden voor alle drie soorten van pensioenopbouw, de eindloonregeling, de middelloonregeling en de beschikbare premieregelingen. Daarbij gaat de eindloonregeling het meeste omlaag. Een andere bijzonderheid is dat de staffels die van toepassing zijn voor de beschikbare premieregeling niet meer bruto staffels mogen zijn maar netto staffels. Deze staffels bepalen bij welke leeftijds (categorie) welk percentage aan beschikbare premies berekend moeten worden. De netto staffel houdt in dat de gehele premie die dan berekend wordt besteed moet worden aan de opbouw van het pensioen. De kosten van de uitvoerder worden dan apart berekend.

In de derde pijler wordt de aftrekbaarheid van de lijfrentes en de FOR beperkt door uit te gaan van lagers percentages

Verder wordt het pensioengevend loon beperkt tot een bedrag van € 100.000,-. De premie die nodig is om dit bedrag te bereiken is fiscaal nog aftrekbaar daarboven niet meer.
Een “pleister op de wonde” is dat er vanuit het netto loon nog wel pensioenpremie gespaard kan worden die vervolgens buiten de heffing van Box 3 zal gaan vallen. Overigens is er de gedachte dat dit niet heel veel gebruikt gaat worden.

Duidelijk is dat al deze aanpassingen nog al wat vragen van zowel werkgevers als werknemers en van de pensioenverzekeraars. De belastingdienst heeft al aangegeven dat regelingen die niet tijdig zijn aangepast kunnen of zullen leiden tot het progressief belasten van de pensioenaanspraak.

Tijd dus om er voor 31 december 2014 te kijken of u dat wel al geregeld heeft.

Doorbetaling loon bij ziekte

Indien een werknemer ziek is is dat vervelend. Het werk loopt wel door waardoor u als ondernemer iets moet regelen om het werk toch te laten gebeuren. Daarnaast moet u  wel het salaris van de werknemer doorbetalen en kennen de meeste verzuimverzekeringen een aantal wachtdagen en keren soms ook niet alles uit. Maar moet u wel volledig doorbetalen. Indien u dat bent overeengekomen mag u bij het betalen van het loon rekening houden met een aantal wachtdagen. En als u dat niet in de arbeidsovereenkomst bent overeengekomen en dat ook geen CAO bepaling is mag u zelfs in het eerste jaar 70 % van het loon uitkeren in plaats van 100 %. Let wel op u dient wel te voldoen aan de bepalingen van het minimumloon. Deze bepaling geldt overigens in het twee jaar niet.

Van Var naar BGL

De Verklaring Arbeids Relatie (VAR) wordt in 2015 vervangen door de Beschikking Geen Loonheffing (BGL). Dit gaat als het wetsvoorstel wordt aangenomen naar verwachting in juli 2015 in. Wat gaat er dan veranderen ?

Nu zijn er nog vier soorten VAR verklaringen die allen hun eigen consequenties hebben. Zelfstandigen (Zonder Personeel) hoeven geen VAR aan te vragen maar opdrachtgevers kunnen er wel om vragen. Dit gaat bij de BGL op dezelfde wijze. Alleen komt er maar een soort BGL.

Alleen wordt bij de BGL een aantal opmerkingen geprint waarin is aangegeven onder welke voorwaarden deze is verstrekt. Deze BGL wordt door de zelfstandige aangevraagd op basis van een web applicatie waar men een aantal vragen moet beantwoorden waarvan de uitkomsten op de BGL worden geprint. De opdrachtgever moet aan de hand van deze BGL dan ook vaststellen of voldaan wordt aan de voorwaarden en op basis daarvan een afweging maken of er geen loonheffing behoeft te worden ingehouden.

Met andere woorden er wordt meer verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever neergelegd en verhoogt dus de kans dat de opdrachtgever aansprakelijk wordt gesteld voor niet ingehouden loonheffing en premies sociale verzekeringen.

Momenteel geldt er een overgangsregeling waarbij het nog steeds mogelijk is om een VAR aan te vragen en wordt aangegeven dat de VAR voor 2014 ook voor 2015 geldt.

Zodra de Wet is aangenomen zal men niet langer een VAR kunnen aanvragen maar is men gehouden een BGL aan te vragen.

Sparen in uw eigen BV

Box3 vermogen of Box2 vermogen ?

Bij de inwerkingtreding van het nieuwe belastingstelsel zijn er drie boxen gecreëerd waarover belasting wordt geheven naar een eigen grondslag en met een eigen tarief.

Box1 Werken en wonen

In deze box is belast alles wat uit werken of voormalig werken (zoals pensioen etc) aan inkomen wordt verkregen en is tevens de hypotheekrenteaftrek opgenomen die weer in mindering komt op dit inkomen (uiteraard wel rekening houdend met het eigenwoning forfait. ) Het tarief wordt progressief opgebouwd en komt uiteindelijk uit op een maximum van 52 % belasting.

Box2 Aanmerkelijk belang

Van aandelenbezit van 5 % en hoger wordt aangenomen dat dit zogenaamde aanmerkelijk belang aandelen zijn. Wanneer op de gehouden aandelen dividend wordt uitgekeerd dan moet daar belasting over betaald worden. Deze belasting bedraagt 25 % van het dividend en de uitkerende vennootschap houdt alvast 15 % in, de andere 10 % wordt op basis van de aangifte verrekend. (in 2014 was het tarief gedifferentieerd en moest over de eerste € 250.000,- 22 % dividendbelasting betaald worden). Wel heeft de inhoudende vennootschap al vennootschapsbelasting betaald over de winsten die zij aan de uitkeerbare reserves hebben toegevoegd. Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 20 % over de eerste € 250.000,- en 25 % over het meerdere. Blijft echter het gegeven dat de belastingdruk per saldo lager is als 52 %.

Box3 Vermogen

Over de bezittingen onder aftrek van de schulden en rekening houdend met een persoonlijke vrijstelling van ca € 20.000,- per persoon wordt een (fictieve) heffing belast van 4 % van dat vermogen. Over die fictieve heffing van 4 % wordt een belasting gerekend van 30 %. Per saldo is dat dus een belastingdruk van 1,2 % over het vermogen.

Als het vermogen voor een belangrijk deel bestaat uit liquide middelen en daar wordt op een depositorekening slechts 2 % over vergoed dan is de belastingdruk al 2,4 % over dat vermogen en wordt er meer belasting betaald als dat er netto overblijft.

Sparen in de eigen BV

Door het geld over te brengen in een vennootschap waarvan u meer dan 5 % van de aandelen houdt kan er in ieder geval voorkomen worden dat er 1,2 % belasting over betaald wordt. U brengt het vermogen over van box3 naar box2 of box 1. Als u een lening aangaat met uw BV dan wordt de vordering die u heeft een box1 lening die belast is tegen het progressieve tarief. Dat kan dan overigens nog steeds voordeliger zijn omdat het werkelijke rendement wat u behaalt belast wordt. Nog gunstiger is om het geld in de vorm van kapitaal (aandelenkapitaal en/of agio) in de BV te storten. Daarmee wordt het bedrag box2 vermogen dat pas dan belast wordt als dat als dividend wordt uitgekeerd. Het gestorte kapitaal wordt belast tegen het daadwerkelijk behaalde rendement en wel tegen het tarief van de vennootschapsbelasting . Als u geld wilt opnemen (bijvoorbeeld ter consumptie) dan betaald de vennootschap u agio terug of keert dividend uit.

Extra vrijstelling schenkbelasting

In 2014 kan een ieder aan een ander een bedrag van € 100.000,- schenken zonder daarover schenkbelasting te betalen. Voorwaarde is dat deze € 100.000,- gebruikt wordt voor de eigen woning. De schenking moet dus worden gebruikt voor de verbetering of onderhoud aan de eigen woning dan wel gebruikt worden voor de aflossing van de hypotheek.

Gebruikelijk loon

In 2014 gaat het zogenaamde gebruikelijk DGA (Directeur Groot Aandeelhouder) loon omhoog van € 43.000,- naar € 44.000,-. Dit is het loon wat een DGA mininaal dient te verlonen. Wel kunnen hierbij uitzonderingen gaan ontstaan waarover wij u graag informeren.

Prive gebruik auto

De auto van de zaak blijft de gemoederen in Nederland bezighouden. Zeer recent is door het gerechtshof een uitspraak gedaan tegen een taxichauffeur die niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij minder als 500 kilometer prive gereden heeft met zijn taxi. Een ondeugdelijke rittenadministratie oordeelde de rechter en gaf de inspecteur het gelijk aan zijn kant.

 

Fiscus controleert op prive uitgaven

De belastingdienst neemt het komende jaar de kosten van ondernemingen onder de loep. Specifiek wordt daarbij gelet op uitvangen die prive bedoeld zijn maar als zakelijk zijn geboekt. Naast een naheffing wordt een boete van 100 % in het vooruitzicht gesteld. Ondernemingen kunnen zakelijke kosten ten laste van het resultaat brengen maar moeten eventuele gemengde kosten dan weer (deels) corrigeren. Wilt u meer weten over welke kosten toelaatbaar zijn ? Vraag het een van onze medewerkers.

Huurwaardeforfait

Als een van de laatste zaken die het Ministerie van Financieen nog regelde in 2013 is de verhoging van het huurwaardeforfait van 0,6 % tot 0,7 % van de waarde van de eigen woning. Dat is dus een stijging van 17 %. Met andere woorden de teruggave die velen ontvangen in 2014 zou wel eens lager kunnen uitvallen. Wat kunt u daar aan doen ? Kijk kritisch naar de WOZ waarde en als deze te hoog is vastgesteld dan moet u daar bezwaar tegen aantekenen. Verder kunt u de eigen woning schuld ophogen door elke verbetering of verandering aan de woning te financieren, bijvoorbeeld vanuit de eigen B.V. en de rente daarvan op te voeren als eigen woning schuld.